Klacht bij de Ombudsman

In 2015 machtigde de familie Amiri Tinkebell om een klacht in te dienen bij de Nationale Ombudsman aangaande de behandeling van Feda Amiri door de vreemdelingenpolitie. Hieronder vindt u een uitgeschreven verklaring van Feda Amiri over hoe hij is behandeld in vreemdelingendetentie in Rotterdam en tijdens zijn deportatie naar Afghanistan.

Tijdens het indienen van de klacht bleek dat deze pas kan worden behandeld nadat er ook een formele klacht is ingediend bij de Koninklijke Marechaussee (KMar) en Dienst Terugkeer & Vertrek  (DT&V). Om deze klacht in te dienen moet Feda een schriftelijk machtiging ondertekenen.

In maart 2016 bezoekt zijn vrouw hem in New Delhi. Zij zal dan samen met hem een machtiging opstellen zodat de klacht formeel ingediend kan worden bij de genoemde diensten.

Verklaring Feda Amiri

Op zes november 2014 zat Feda voor een nachtje in vreemdelingendetentie Mathildelaan, Eindhoven. Els van Baak van de vreemdelingenpolitie was daar verantwoordelijk. Vanuit die plek is Feda Amiri toen overgeplaatst en vastgezet in detentiecentrum Rotterdam op zeven november.

Terugkeer-verklaring

In eerste instantie deelde hij een kamer met een man. Ze sliepen in een stapelbed. Er waren drie verdiepingen. Elke verdieping had ongeveer 25 kamers. Alles zat vol. Na ongeveer zes weken (hij zei hier zelf eerst drie weken, maar toen we gingen rekenen bleek dat niet te kunnen kloppen. We hebben er zes van gemaakt, maar dit is een berekening, geen herinnering) werd hij gevraagd een papier te tekenen waarin hij verklaarde vrijwillig terug te keren. Dat gebeurde in een kantoortje van DT&V.

Het was een ruimte met een forse vrouw met een bureau en een computer. Hij zat tegenover haar. Ze had papieren bij zich waarop stond dat hij zou terugkeren en ook wat geld mee kreeg. Hij weigerde en mocht terug naar zijn kamer. Daar kwamen drie mannen hem ophalen. Hij moest mee naar de kelder.

Isoleercel

Er was een lange gang in de kelder. De deuren werden met pasjes geopend. In het midden was een grote ruimte met bewakers die op schermen videobeelden van gevangenen zagen.  Hij moest voor de deur van de kamer eerst zijn schoenen uit doen. In de kamer moesten zijn broek en ondergoed uit. Hij wilde zijn ondergoed niet uit en heeft daar twee minuten over gediscussieerd. Als hij het niet zelf deed, zouden die mannen zijn ondergoed uittrekken. Hij moest naakt tegen de muur staan en werd gefouilleerd en gevisiteerd. Zijn kleren werden in een zak gestopt en meegenomen. Per dag mocht hij een uurtje naar buiten met twee begeleiders. Hij kreeg een blauw plastic achtig hemd.

Verdraaide zelfmoord-dreiging

De vrouw van DT&V had bij zijn weigering het papier te tekenen gezegd: ‘je gaat zelfmoord plegen’. Hij reageerde: ‘ Waarom zou ik zelfmoord plegen? Ik heb een vrouw en kinderen en hersenen’. Er werd een psycholoog bijgehaald. Een vrouw. Ook tegen deze vrouw heeft hij gezegd dat hij nooit zelfmoord zou plegen. De psycholoog zei ook dat ze zag dat hij dat nooit zou doen, maar de mensen van DT&V hadden gezegd dat hij had gezegd dat hij dat zou doen.

Feda is er 100% zeker van dat de isolatiecel een straf was omdat hij de papieren niet wilde tekenen. De vrouw van DT&V keek heel agressief en boos en zei zelf out of the blue ‘dus u wilt zelfmoord plegen?!’ Ze legde hem woorden in de mond die hij zelf niet had gezegd.

In isoleer

In de isoleercel waren de lampen de hele dag aan. Alleen ’s avonds als hij ging slapen ging het licht uit. Hij is een keer flauw gevallen. Ze zijn toen gekomen om te helpen. Hij weet dat omdat toen hij bijkwam er mensen om hem heen stonden.

Er was 24 uur per dag een camera op hem gericht. Hij heeft ongeveer een week in de isoleercel gezeten. Maar het kunnen ook twee weken zijn. Hij kon de dagen daar niet tellen. Feda wil klagen over de reden dat hij in de isoleercel is gezet, over de lampen die de hele dag aanstonden en over de camera die de hele dag op hem was gericht. Ze werden niet als mensen behandeld.

De laatste dagen in de isoleercel, vanaf vrijdag 2 januari tot maandagochtend 5 januari mocht hij de isoleercel niet verlaten. (dus niet meer een uurtje naar buiten). Er is toen geen medische check gedaan. Hij kreeg wel slaappillen. Alleen helemaal in het begin toen hij net in detentie was gezet zijn zijn longen gecheckt. Verder heeft hij nooit een medische keuring gekregen. Hij had toen ook last van zijn kiezen, maar daar is niet naar gekeken.  Op Schiphol is ook geen medische check gedaan. Hij werkte nooit tegen en stelde geen vragen. Hij was bang en dacht dat het allemaal ‘zo hoorde’.

Naar Schiphol

Op maandagochtend 5 januari 2015 heel vroeg werd hij door drie mensen wakker gemaakt en werd hij meegenomen naar de deur. Daar werd hij gefouilleerd. Hij kreeg toen vijf of zes euro.  Hij moest geboeid in de auto gaan zitten. Niet met gewone boeien, maar met een soort dikke band die rond zijn middel zat en waar zijn polsen ook aan werden vastgemaakt. In een Volkswagen busje. Op Schiphol werd de band losgemaakt. Het busje ging naar een aparte ruimte met interpol-politie. Hij zei daar dat hij opnieuw asiel aan wilde vragen, maar ze zeiden dat dat niet mocht. Toen hij later met de telefoon van een van de agenten zijn dochter Tamana aan de telefoon mocht spreken en op haar verzoek nogmaals drie keer riep ‘ik wil asiel aanvragen’ liep iemand weg om iets te vragen.

In het vliegtuig 1

Na 10 minuten hoorde hij dat zijn aanvraag was afgewezen.  Daarna werd hij opgehaald met een busje. Vier mannen van de KMar gingen mee. Het busje stopte onder het vliegtuig. Hij was niet geboeid. Hij moest daar tussen de 40 minuten tot een uur in het busje wachten. Toen de deuren van het vliegtuig open gingen werd hij geboeid met een soort dikke stoffen banden. Twee KMar medewerkers hielden zijn armen vast toen ze het vliegtuig ingingen en er liep iemand voor en achter hem. Allen in uniform. De gewone passagiers zaten toen al in het vliegtuig. Hij ging via de achteringang naar binnen. Er zaten een paar Indiërs achterin die hem zagen. Hij zat op een stoel helemaal achterin het vliegtuig bij de wc.

Een paar minuten later werd er nog een man het vliegtuig ingebracht. Het was een man die ook werd gedeporteerd. Iemand die een vrouw en twee kleine kinderen had. Hij woonde in de buurt van Utrecht. Feda had hem nog niet eerder ontmoet, maar ze spraken elkaar even in het vliegtuig. Feda draaide zich om en vroeg de man wie hij was en of hij ook werd uitgezet. Hij heeft zijn naam wel genoemd, maar Feda is zijn naam vergeten. Deze man zat ca 15 a 16 jaar in Nederland en had ook een 1F status. De man kwam ook uit Kabul.

Protest

Er waren ongeveer zes mensen van de KMar aanwezig in het vliegtuig. Ze hadden allemaal burgerkleding aan. Ze zeiden dat hij niet mocht praten met de man achter hem, maar hij deed het toch. Feda stond op en riep naar de Indiërs die voor hun zaten: “Help mij alsjeblieft, ik wil niet naar Kabul, ik heb een vrouw en kinderen hier”.

Toen hij aan het praten was werd hij in zijn nek gegrepen, naar beneden geduwd en zijn armen werden vastgegrepen. Twee anderen pakten zijn voeten vast en hij werd zo opgetild en mee terug genomen het vliegtuig uit, naar het busje.

De man die achter hem zat deed precies hetzelfde, riep ook naar de mensen die voorin zaten en hij werd exact hetzelfde gegrepen en beiden werden naar hun busjes gedragen. De mensen reageerden geschrokken en stonden op om te kijken. Maar ze werden zo snel meegenomen, het duurde nog geen minuut. Een stewardess zag alles en haalde haar schouders naar hem op en keek hem aan. Ze gebaarde dat ze niets kon doen. Ze had kort blond haar.

Geboeid en geblinddoekt

Hij was opgetild, werd overgedragen aan de KMar medewerkers in uniform die beneden stonden te wachten en deze KMar mensen gooiden hem zo de bus in. Eén ging met zijn knie op zijn nek, hij lag op zijn buik, iemand hield zijn arm vast en een sprong met zijn volle gewicht bovenop hem met zijn knieën op zijn knieholtes. Er werd geschreeuwd en hij moest stil zijn. Hij schreeuwde dat hij pijn had en dat ze los moesten laten, maar ze lieten niet los.

Zijn benen werden om elkaar heen gedraaid, wat extra veel pijn deed. Hij lag op de grond en toen werden zijn benen met tape omwikkeld van de enkels tot de knieën. Zijn polsen werden op zijn rug vastgemaakt. Daarna werd er een soort lap voor zijn mond gehouden. Er zaten gaatjes in die lap. Over de lap werd een zak getrokken in een groen blauwe kleur van een soort plastic. De achterkant was van een iets ander materiaal dan de voorkant. De voorkant was doorzichtig plastic-achtig waar je nog wel doorheen kon kijken. De zak werd bij de kin vastgemaakt. De zak zat erg strak vast waardoor hij niet door zijn mond kon ademen en zijn mond ook niet kon bewegen. Hij kon wel door zijn neus ademen maar het was erg benauwd. De andere man zat in een ander busje, maar hij was er nog erger aan toe dan Feda.

In het vliegtuig 2

Vijf mensen van de KMar in burgerkleding tilden Feda op en samen droegen ze hem het vliegtuig in. Hij kon niet om zich heenkijken. De man die op zijn knieën was gesprongen was een grote nare man die bleef schelden. Hij droeg een uniform. Die anderen die burgerkleding droegen waren niet zo gemeen/gewelddadig als de grote man in uniform.

In het vliegtuig werd hij over de schoot, op de knieën van twee KMar medewerkers in burger gelegd, op zijn buik. Een van die mannen was later aardig in de zin van dat hij Feda’s hoofd een paar keer liet draaien zodat hij wat beter adem kon halen met de zak over zijn hoofd. Ongeveer twintig minuten tot een half uur moest hij zo blijven liggen, ingetaped en met de zak over zijn hoofd.  Daarna werd alles losgemaakt en de zak weggehaald en mocht hij gewoon in het midden tussen de KMar medewerkers zitten.

Medische klachten genegeerd

Hij heeft de hele tijd herhaald dat hij pijn had, maar daar werd niet op gereageerd. Hij had het gevoel dat hij te weinig adem had en bijna dood ging. Hij heeft toen even gepraat met de man achter hem. Die vertelde over zijn jonge vrouw en kleine kinderen. Hij had zijn hoofd gestoten toen hij het vliegtuig uit was gehaald en had ook pijn.

Tien a vijftien stoelen voor hem waren vrij waardoor hij niet het gevoel had dat mensen veel zagen van wat er gebeurde. Ze dachten waarschijnlijk dat ze grote criminelen waren. Na ongeveer twee uur kwam de piloot van het vliegtuig even praten. De piloot legde uit dat hij niets kon doen. Dat de KLM dit soort afspraken heeft gemaakt met de overheid. Toen het vliegtuig in New Delhi landde moesten de KMar medewerkers hem ondersteunen bij het lopen. Hij sliep daar in een hotel samen met de andere man die werd uitgezet en ze deelden een kamer. Ze hebben weinig gepraat omdat ze zo moe waren en ziek van al het reizen en de gebeurtenissen. Feda heeft in het hotel om pijnstillers gevraagd, maar niet gekregen.

Ongedocumenteerd Kabul in

De zelfde KMar medewerkers gingen ook weer mee naar de volgende vlucht. Feda en de andere man hebben zich heel rustig gedragen. Hij werd steeds ondersteund bij het lopen. Feda had een tas bij zich met een paar kledingstukken. Het was een tas die Tamana in het detentiecentrum had afgegeven. De grotere koffer die ook was afgegeven met meer spullen en kleding heeft Feda niet meegekregen.  Feda heeft ook geen enkel document meegekregen om de grens mee over te komen. Niets.

Toen hij in Kabul aankwam heeft hij geen douanecheck gehad. De KMar is meegelopen tot onderaan de trap van het vliegtuig. Daar hebben ze al afscheid genomen. Hij is naar de ingang gelopen (je loopt via buiten naar een deur van het vliegveld gebouw) en herinnert zich vanaf daar niets meer. De eerste herinnering hierna was in het ziekenhuis. Twee mensen hadden hem daar naartoe gebracht.

Hij is niet door een douane gekomen. Had ook geen papieren, geen geld en telefoon bij zich.

Naschrift van TINKEBELL

Ik ben zelf op het vliegtuig van Kabul geweest. Het is inderdaad zo dat je daar wanneer je uit het vliegtuig bent zelf een stukje moet lopen naar een ingang van het vliegveldgebouw. Je moet dan door een aantal gangen totdat je in een hal komt waar je je moet melden.  Die hal is groot en was toen ik er was bijna leeg (weinig personeel en weinig passagiers).