Het Ambstbericht/1F

In 2000 werd er in Pakistan een ambtsbericht opgemaakt naar aanleiding van drie anonieme getuigenverklaringen over de werkwijze van de veiligheidsorganisaties KhAD/WAD gedurende het communistisch regime in Afghanistan. Deze getuigen verklaarden onder andere dat er tijdens dit regime binnen deze organisaties een roulatiesysteem bestond waardoor medewerkers steeds andere functies moesten uitoefenen, waaronder het martelen van mensen.

De context waarin het ambtsbericht tot stand kwam

Er zijn inderdaad, met name in de eerste jaren ten tijde van dit regime (1978-1981) duizenden mensen op gruwelijke wijze gemarteld en vermoord. Er waren gedurende de gehele periode (1978 – 1992) naar schatting ruim 140.000 mensen werkzaam binnen deze diensten. Het regime viel in 1991, in 1992 kwam de Moedjahedien aan de macht en vanaf 1994 de door Pakistan gesteunde Taliban.

In 2001 heerste, met name door de aanslag op de Twin Towers, maar aangesterkt door een artikel in Vrij Nederland waarin werd beschreven hoe slachtoffers van martelingen in die periode in Kabul in Nederlandse AZC’s hun beul tegenkwamen, een klimaat waarin we (de politiek) koste wat kost alle (mogelijke) terroristen uit ons land wilde weren. Dit klimaat maakte dat er ruimte was om genoemd ambtsbericht goed te keuren, (dit is door een hoge rechter bepaald) en van kracht te laten zijn.

De 1F status

In de praktijk betekende dat, dat Afghaanse oud medewerkers van de KhAD en WAD die in de jaren daarvoor als vluchteling in Nederland waren opgenomen, met terugwerkende kracht werden verdacht van medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden. Zij kregen hierdoor een zogenaamde ‘1F status’.

Artikel 1F in het VN-vluchtelingenverdrag

De IND handelt in geval van vermeende oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid, volgens het 1F-beleid. Dit beleid verwijst naar Artikel 1F uit het VN Vluchtelingenverdrag welke bepaalt dat mensen die verdacht worden van internationale misdaden uitgesloten zijn van bescherming van dat Vluchtelingenverdrag. Het artikel luidt als volgt:

De bepalingen van het Verdrag zijn niet van toepassing op personen ten aanzien van wie er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat:

(a) hij een misdrijf tegen de vrede, een oorlogsmisdrijf of een misdrijf tegen de menselijkheid heeft begaan, zoals omschreven in de internationale overeenkomsten die zijn opgesteld om bepalingen met betrekking tot deze misdrijven in het leven te roepen;

(b) hij een ernstig, niet politiek misdrijf heeft begaan buiten het land van toevlucht, voordat hij tot dit land als vluchteling is toegelaten;

(c) hij zich schuldig heeft gemaakt aan handelingen welke in strijd zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties.

Onderzoeksplicht vs. ambtsbericht

Zoals het artikel zelf al zegt, gaat het om veronderstellingen. De IND is verplicht deze veronderstellingen te onderzoeken, maar gaat hierbij vooral uit van ambtsberichten afkomstig uit het desbetreffende land. Deze berichten worden nauwelijks nader onderzocht en hebben geen proces tot gevolg. Dit staat haaks op het Nederlands strafrecht, waarin een verdachte onschuldig is totdat zijn schuld is bewezen. Wil een immigrant zijn uitzetting aanvechten, dan zal hij zijn eigen onschuld moeten bewijzen. Een omgekeerde wereld en een onbegonnen zaak, met name omdat Nederland bewijslast uit Afghanistan niet accepteert.

Controversieel

Het onderdeel van het ambtsbericht waarin wordt beschreven dat alle medewerkers die ooit promotie hebben gemaakt binnen de KhAD / WAD mensen hebben gemarteld is controversieel. Daarom hebben onder andere Amnesty International en UNHCR uitgebreid onderzoek gedaan naar (dit deel van) het ambtsbericht. Genoemde organisaties zijn op zoek gegaan naar bronnen die konden bevestigen dat er inderdaad een dergelijk roulatiesysteem heeft bestaan. Zij hebben echter tot op de dag van vandaag niemand kunnen vinden die de uitspraken van de anonieme bronnen waarop het ambtsbericht is opgemaakt, kan bevestigen. Hieruit hebben zij geconcludeerd dat er hoogstwaarschijnlijk nooit een dergelijk roulatiesysteem heeft bestaan.

Wat het roulatiesysteem ook onwaarschijnlijk maakt is het feit dat de KhAD / WAD onder het Russisch regime vielen en qua opzet is gebaseerd op de Russische KGB. Hiervan is bekend dat het een ‘cellen structuur’ had: alle afdelingen functioneerden autonoom en medewerkers wisten niet wat er op andere afdelingen gebeurde. Dit staat recht tegenover een systeem waarin medewerkers van de ene afdeling naar de andere afdeling rouleerden.

Daarnaast is het ambtsbericht sowieso als weinig betrouwbaar aan te merken omdat het uit Pakistan komt, en Pakistan de Taliban financierde. De betrokken bronnen hebben er dus mogelijk belang bij dat medewerkers van het door de Taliban omvergeworpen regime terugkeren naar het land van herkomst.

Ongewijzigd beleid

Ondanks deze argumenten vond de Nederlandse overheid twijfels over de inhoud van het ambtsbericht niet voldoende gemotiveerd en wordt er nog steeds beleid gevoerd uitgaande van het idee dat alle oud medewerkers van de KhAD / WAD die ooit promotie maakten binnen het regime, medeplichtig zijn aan oorlogsmisdaden.